3 dingen die een burn-outer nooit meer wil horen

“Werken kan niet, maar andere leuke dingen doen wel?”

Persoonlijk

Famme-gastblogger Joni weet hoe een burn-out voelt. Ze weet ook wat je absoluut níét wil horen wanneer je met een burn-out kampt.

De laatste tijd las ik verschillende verhalen, posts en comments van personen die in hetzelfde schuitje zijn beland als dat waarin ik ooit zat. Burn-out. Op. Leeg. Oververmoeid.

Ik was vergeten hoe dat ging, mij ontspannen.

De signalen waren er al langer: veel huilen, oververmoeid, geen energie. Ik dacht dat zelf op te lossen door meer rustpauzes in te lassen, vroeger naar bed te gaan, mij regelmatig te ontspannen. Maar ik was vergeten hoe dat ging, mij ontspannen. Ik liep meer ongelukkig dan gelukkig door het leven. Er was nochthans niets om ongelukkig over te zijn. Ik heb een prachtig gezin, een vaste job, een eigen huis, een mooi sociaal leven als moeder. En toch …

Wij – zogenaamde millenials – moeten constant omgaan met druk, zowel bewust als onbewust.

Burn-out blijft een groot taboe. En dat is ontzettend jammer. Zoals een van mijn volgers onlangs zei: “Als ik zie met welke druk we allemaal moeten omgaan: verwachtingen, stress, deadlines – dan vind ik het verbazend dat er niet nog meer mensen met een burn-out kampen”. Dat is het. Precies dat. Wij – zogenaamde millenials – moeten constant omgaan met druk, zowel bewust als onbewust. Daarom wil ik het taboe rond burn-out doorbreken. Al is het maar een klein beetje.

“Ben je niet gewoon oververmoeid?”

Wie opgebrand is, is inderdaad vermoeid. Sowieso. Maar de reden dat de vermoeidheid blijvend is en er geen gradaties in zijn, is dat ik te lang  – véél te lang – over mijn grenzen ben gegaan. Mijn energieniveau is gedaald naar nul, en ook mijn reservetank is leeg.

Een beetje extra rust helpt in dit geval niet. De vermoeidheid is zowel mentaal als fysiek.

“Werken kan niet, maar andere leuke dingen doen wel?”

Soms wel, soms niet. Ik ga dansen; dat is het enige uur in de hele week waarin ik me mezelf voel. Natuurlijk ga ik wandelen, want dat vitamine D en buitenlucht je energieniveau doen stijgen (al is het maar een klein beetje), is een wetenschappelijk feit.

Ik moet op dit ogenblik in de eerste plaats aan mezelf denken. Als er leuke dingen zijn die ik graag wil doen en ik heb er op dat moment wél de energie voor, dan krijg ik daar weer energie voor in de plaats.

“Het is een ziekte van deze tijd”

De druk waarmee we vandaag moeten omgaan is een symptoom van deze tijd. Sociaal, maatschappelijk. Vroeger werd je identiteit gezien als een vaststaand gegeven. Je identiteit werd bepaald door omstandigheden als sociale klasse en religie.

De laatste jaren zijn we geëvolueerd naar een maatschappij waarin iedereen (schijnbaar) kan worden wie hij of zij wil zijn. En dat is goed, maar er is een keerzijde aan. We spiegelen ons meer en meer aan anderen, er wordt steeds meer van ons verwacht, ook door onszelf, en we leven in het YOLO- en FOMO-tijdperk.

Mijn tips?

Verander ‘moeten’ in ‘mogen’.

Lijst eens op waar je dankbaar voor bent vandaag, wat waardevol was.

Je bent écht goed genoeg.