Jill
Jill Kids 16 jan 2018

Deze brief van een lerares over ‘moeilijke’ kinderen snijdt diep

In elke klas zit minstens één kind dat het wat lastiger heeft. ‘Onhandelbaar’ worden ze ook wel eens genoemd.  Gemotiveerde leerkrachten doen hun uiterste best om het beste uit àl hun leerlingen te halen. Dat blijk uit deze brief geschreven door basisschooldocente Amy. 

Beste ouder,

Ik weet het. Je bent bezorgd. Elke dag komt je kind thuis met een verhaal over ‘dat’ kind. ‘Dat’ kind dat altijd stampt, duwt, knijpt en krabt en dat zelfs andere kinderen bijt. ‘Dat’ kind dat altijd mijn hand vasthoudt in de gang. ‘Dat’ kind dat op een of andere manier anders is dan andere kinderen en dat liever op een stoel zit, dan op de grond. Het kind dat werd weggehaald bij de blokken, omdat het niet begreep dat je met de blokken niet mag gooien. Het kind dat over het speeltuinhek klimt, terwijl ik zei dat het niet mocht. ‘Dat’ kind dat de melk van z’n klasgenoot omgooide in een opwelling van woede. Met opzet. Terwijl ik toekeek. En wanneer ik ‘m vroeg om het op te ruimen, gebruikte hij de hele keukenrol. Met opzet. Terwijl ik toekeek. Ook gebruikte hij het F-woord tijdens het turnen.

Je bent bezorgd dat ‘dat’ kind je eigen kind van zijn werk afhoudt. Je bent bezorgd over het feit dat het de boel verstoort en dat jouw kind daarom niet genoeg aandacht krijgt. Je bent bezorgd dat hij op een dag iemand pijn gaat doen. Je bent bezorgd over het feit dat die ‘iemand’ jouw kind zal zijn. Je vreest dat jouw kind straks ook agressie gebruikt als hij iets wil. Je maakt je zorgen dat je kind een leerachterstand oploopt, omdat ik niet doorheb dat hij z’n pen verkeerd vasthoudt. Ik weet het.

Jouw kind, dit jaar, in deze klas, op deze leeftijd is niet ‘dat’ kind. Jouw kind is niet perfect, maar het doet wat er gevraagd wordt. Hij deelt graag zijn speelgoed. Zij gooit niet met stoelen. Hij steekt gewoon z’n hand op als hij iets wil vragen. Ze werkt wanneer er gewerkt moet worden en speelt wanneer er gespeeld moet worden. Hij kan rustig naar het toilet gaan en terugkomen zonder capriolen. Zij denkt dat het S-woord ‘super’ betekent en het K-woord ‘kansloos’. Ik weet het.

Ik weet het, ik ben ook bezorgd. Ik maak me continu zorgen. Ik ben bezorgd om ALLE kinderen. Ik maak me zorgen om zijn pengreep, om haar uitspraak, om het feit dat hij verlegen is en om die ene brooddoos die altijd leeg is. Ik denk aan Gavins jas die echt niet warm genoeg is en aan Talitha’s vader die schreeuwt om het feit dat ze de letter ‘b’ als een ‘d’ heeft geschreven. Vooral in de auto op weg naar huis denk ik aan deze momenten.

Maar goed, ik weet het, je wil graag met me praten over ‘dat’ kind. Ik wil ook over ‘dat’ kind praten, echt, maar er zijn zoveel dingen die ik niet kan zeggen. Ik kan bijvoorbeeld niet vertellen dat ze geadopteerd is toen ze 18 maanden oud was. Ik kan niet praten over het feit dat hij op voedselallergieën wordt getest en daarom de hele tijd honger heeft, omdat hij bijna niets mag eten. Ik kan ook niets zeggen over zijn ouders die in een vechtscheiding verwikkeld zijn en dat zij op dit moment bij haar oma woont. Daarbij mag ik evenmin iets vertellen over haar oma. Die drinkt namelijk. Ik mag je niets vertellen over zijn astma-medicatie waarvan hij geïrriteerd raakt.

Ik mag niets zeggen over het feit dat haar moeder er alleen voor staat en dat ze daardoor altijd te vroeg wordt gebracht en te laat wordt opgehaald. Dat van school naar huis rijden zo’n 40 minuten duurt. En dat ze daarom te weinig slaapt. Ook kan ik niet praten over het huiselijk geweld dat zich thuis afspeelt. Het is oké, zei je. Je begrijpt dat ik geen persoonlijke informatie mag delen. Je wil alleen maar weten wat ik aan het gedrag van ‘dat’ kind doe. Ik zou het je graag willen vertellen, maar dat kan ik niet.

Ik kan je niet vertellen dat ze hulp krijgt bij het spreken omdat een opdracht uitwees dat ze een spraakachterstand heeft. De therapeut heeft het idee dat haar agressie voortkomt uit het feit dat ze gefrustreerd is omdat ze zich niet goed kan uiten. Ik kan je ook niet vertellen dat ik ELKE week met zijn ouders afspreek en dat een van de ouders altijd huilt tijdens deze besprekingen. Ik praat ook niet over het feit dat ‘dat’ kind en ik een geheim handsignaal hebben, dat wordt ingezet als ze zich even wil terugtrekken. Ik mag je ook niets zeggen over het feit dat ‘ie opgekruld op m’n schoot wil liggen, want ‘ik word rustig van uw hartslag, juf’. Ik kan niets vertellen over haar agressieve buien die ik nauwlettend in de gaten hou en het feit dat ze van vijf uitbarstingen per dag naar vijf  per week is gegaan. Ook kan ik niets zeggen over het secretariaat dat achter me staat en helpt wanneer ‘dat’ kind toe is aan verandering en steun.

Ik kan niets kwijt over toen ik opstond tijdens een vergadering, met tranen in m’n ogen, en mijn collega’s smeekte of ze ook aandacht aan haar willen besteden en aardig tegen haar willen doen, zelfs wanneer ze gefrustreerd zijn over het feit dat ze wéér iemand geslagen heeft. Onder de neus van een meester. Er zijn gewoon zoveel dingen die ik niet kan vertellen over ‘dat’ kind. Ik kan niet eens de goede dingen aan je kwijt. Ik kan niets vertellen over zijn taak om de planten water te geven en dat hij in huilen uitbarstte toen een van de planten doodging. Ik kan je niet zeggen dat ze elke ochtend haar babyzusje een kus geeft en dan fluistert ‘jij bent mijn zonneschijn’, waarna haar moeder de buggy verderduwt. Ik kan je niets vertellen over het feit dat hij meer van onweer weet dan de meeste meteorologen.

moeilijke kinderen

Ik kan niet zeggen dat ze altijd wil helpen met het punten slijpen. Ook vertel ik niet dat ze een hand door het haar van haar beste vriendin haalt in de pauze. Ik kan niets kwijt over zijn klasgenoot die huilt en dat hij dan komt aangesneld met zijn lievelingsknuffel. Weet je wat het is lieve ouders, ik kan alleen dingen tegen je zeggen over jullie kind. Wat ik je wel kan zeggen, is dit: als jouw kind ooit ‘dat’ kind wordt, beloof ik dat ik deze privé-informatie nooit deel met andere ouders. Ik zal op regelmatige basis met je blijven praten, duidelijk en vriendelijk. Ik zorg dat er tissues klaarstaan en dat, als je het toelaat, ik je hand pak als het nodig is.

Ik zal me hardmaken voor de beste hulp en begeleiding en ik zal samenwerken met de juiste professionele mensen. Ik zal ervoor zorgen dat je kind extra liefde krijgt, wanneer hij of zij dat nodig blijkt te hebben. Ik zal namens jouw kind spreken hier op school. Ik zal steeds, wat er ook gebeurt, zoeken naar de goeie, leuke en speciale eigenschappen van jouw kind. Ik zal hem en jou eraan herinneren dat hij inderdaad speciaal is, steeds weer. En wanneer een andere ouder naar me toekomt met vraagtekens over jouw kind, dan zal ik dit hele verhaal herhalen. Steeds weer.

Met hele vriendelijke groet,

De lerares

 

De persoonlijke blog van juf Amy  is een schatkist vol inspiratie voor leerkrachten én ouders. Neem zeker eens een kijkje op Miss Night’s Marbles.

Reageer op artikel:
Deze brief van een lerares over ‘moeilijke’ kinderen snijdt diep
Sluiten