Deze 25 winterongemakken herkent iedere vrouw in de winter

Persoonlijk

Ben jij ondertussen ook alweer vergeten wat hoe de zon er uitziet? Dan herken je onderstaande winterongemakken ook vast. Elk. Jaar. Weer.

1. Je huid is ongeveer zo droog als de Sahara.

2. Wanneer je er overheen wrijft komen er duizendmiljoen schilfers vanaf.

3. Dat komt deels door de te hete douche die je neemt omdat je badkamer ‘s ochtends dezelfde temperatuur heeft als je diepvriezer.

4. Het gevolg is dat je niet meer kunt functioneren als je je niet insmeert met de meest vette bodylotion.

5. Waardoor je kleding de hele dag klam aanvoelt, want je hebt te weinig tijd ‘s ochtends om even te wachten totdat die crème wat ingetrokken is.

6. Je lippen lijken wel gemaakt van schuurpapier.

7. Waardoor je ze elke dertig minuten te lijf gaat met lippenbalsem.

8. Dit helpt negen van de tien keer niet, waardoor de vellen er alsnog los bijhangen.

9. En je daarom mensen liever niet meer aankijkt als je met ze praat. Of gewoon überhaupt niet meer met mensen praat.

10. Elke keer als je zo’n velletje met je tong voelt, voel je de drang om ‘m eraf te bijten.

11. Maar je weet dat als je dat doet, het bloed eruit spuit. Achja, niemand is ook gestorven van een kléín beetje bloed.

12. Lippenstift is volledig uit den boze, de hele winter lang.

13. Blote benen zijn ook verleden tijd. Hallo irritante panty’s!

14. Ze blijken toch nét wat te warm om binnen te dragen en zakken de hele tijd naar beneden.

15. Je besluit je jurkjes daarom in je kast te laten en over te gaan op de wollen truien en sweaters.

17. Daardoor zie je er de hele winter uit als een Michelinmanneke.

18. Ze zitten heerlijk, tot je op de fiets stapt. Want dan zijn ze véél te warm.

19. Je komt met een rood hoofd aan op de plaats van bestemming dankzij die dikke trui.

20. Intussen loopt ook het zweet tussen je borsten in een straaltje naar je buik.

21. Je neemt je voor morgen iets luchtigers aan te trekken.

22. Twee dagen daarna voelt je keel pijnlijk en zit je neus verstopt.

23. Je denkt: had ik toch maar die dikke trui niet gelaten.

24. Je moet de hele dag niezen, snuiten en hoesten.

25. Net als je denkt dat het virus gaat liggen, nies je zes keer achter elkaar en weet je: de winter gaat nog lang duren.

Je kijkt haast met verlangen terug naar de zomerongemakken van enkele maanden geleden.